Slider

DE HANDREIKING VERSUS KINDCENTRA 2020 ALS WETTELIJK KADER

De Handreiking biedt duidelijkheid. Niet alle problemen bij de vorming van kindcentra zijn hiermee opgelost. Het kabinet heeft geen visie op kindcentra. Door het ontbreken van een stip op de horizon – kindcentra komen immers niet voor in het regeerakkoord - komen betrokken partijen niet te spreken over de voorwaarden waaronder de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang zich kan ontwikkelen. Dit kan tot onwenselijke situaties leiden. Er is een transitiestrategie nodig.

Het boek Kindcentra 2020, een realistisch perspectief (2015) schetst het perspectief hoe te komen tot een juridische verankering van kindcentra. Het derde hoofdstuk werkt daartoe een juridisch kader uit en laat zien hoe die verankering vorm zou kunnen krijgen. Door enkele (relatief eenvoudige) wijzigingen in de Wet op het primair onderwijs is het mogelijk het kindcentrum in de wet te definiëren. Simpel gezegd komt het erop neer dat dit een organisatie is die in het kader van de Wet op het primair onderwijs bevoegd is onderwijs te verzorgen en in het kader van de Wet kinderopvang bevoegd is kinderopvang te verzorgen. De taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang heeft in zijn advies aan de bewindspersonen van OCW en SZW deze gedachte overgenomen en daar een aanbeveling voor gedaan.

De bestuurlijke fusie
De Handreiking zoals die nu voorligt is een mooie stap op weg naar het beoogde doel van integrale voorzieningen. Bijlage 3.3, behorend bij het juridisch kader uit hoofdstuk 3 somt alle belemmeringen op die er vanuit fiscale en juridische optiek liggen om tot een integrale aanpak te komen. Deze knelpunten worden opgelost met een juridische verankering van kindcentra, zoals beschreven in het boek. De btw-handreiking neemt deze knelpunten niet weg, er blijft immers sprake van twee (onderliggende) organisaties. Ook blijft er sprake van verschillende geldstromen en ontkomen samenwerkingsverbanden, als gevolg daarvan, niet aan ingewikkelde administratieve lasten en overhead. De weg om op een eenvoudige manier tot kindcentra te komen is dus nog een lange weg om te gaan. De btw-vraagstukken worden met deze Handreiking op hoofdlijnen echter wél verhelderd en/of opgelost. Dat is winst.

De mogelijkheid van een fiscale eenheid voor de btw, maakt structurele samenwerking in de vorm van een bestuurlijke fusie, waarbij de onderwijsinstelling en kinderopvangorganisatie als twee separate rechtspersonen blijven voortbestaan, aantrekkelijker. Weliswaar blijven de onderwijsorganisatie en kinderopvangorganisatie nog als twee juridische entiteiten bestaan, maar dat zal voorlopig niet op grote bezwaren stuiten. Dit geldt temeer omdat een daadwerkelijke integratie ook tijd kost en zowel de schoolorganisatie als de kinderopvangorganisatie zeker in een eerste fase vaak nog de behoefte heeft om als zelfstandige entiteit zichtbaar te blijven voor de ouders en de medewerkers. Terwijl men op de werkvloer met deze Handreiking wel meters kan maken in het ontwikkelen van de samenwerking.

Kanttekening bij de vorming van kindcentra
Maar toch ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’, aldus een van onze volksfilosofen. Daar staat tegenover dat evenzeer geldt ‘Elk voordeel heeft zijn nadeel.’ In dat kader willen wij hier een kanttekening maken. Dit betreft de vereiste visie op de transitiestrategie die nodig is om op een verantwoorde manier te komen tot de vorming van kindcentra. Hetzelfde derde hoofdstuk van het boek gaat in op deze transitiestrategie. De kern van die strategie is gebaseerd op het belang van de ontwikkeling van kinderen. Vervolgens omschrijft het boek de uitgangspunten voor het juridisch kader en de vereiste randvoorwaarden bij de vorming van kindcentra; dat alles voortkomend uit een inhoudelijke visie op kindcentra. Het is goed om deze aspecten in hun samenhang nog eens samen te vatten.

Inhoudelijke randvoorwaarden
Vanuit het belang van de ontwikkeling van kinderen doet Kindcentra 2020 de essentiële aanname dat kindcentra enkel succesvol tot stand kunnen komen op basis van de inbreng van zowel het onderwijs (de didactische invalshoek) als van de kinderopvang (de pedagogische invalshoek). Onderwijs en kinderopvang hebben beide verschillende kernwaarden en brengen verschillende competenties en expertises in. Alleen vanuit die gelijkwaardigheid kunnen nieuwe praktijken in co-creatie tot stand komen. Zonder een dergelijke gelijkwaardigheid dreigt het gevaar van een verschoolsing van de kinderopvang of wellicht het teloorgaan van het resultaatgerichte dat onderwijs kenmerkt. Kindcentra moeten niet tot stand komen doordat “onderwijs de kinderopvang er even bij gaat doen” of andersom. ( Een tweede kernpunt dat het boek Kindcentra 2020, een realistisch perspectief uitwerkt is het recht voor elk kind op toegang tot kinderopvang van 16 uur per week (1-4 jaar) en 6 uur per week (4-12 jaar). Dit punt valt echter buiten het bestek van deze nieuwsbrief)

Uitgangspunten juridisch kader
Het juridisch kader, zoals beschreven in het boek, is gebouwd op deze uitgangpunten:

  • Nieuwe wetgeving moet zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande wetgeving.
  • Keuzevrijheid van ouders is het uitgangspunt, zowel waar het gaat om de keuze voor een kinderopvang- of onderwijsorganisatie als waar het gaat om de keuze voor wel of geen kinderopvang.
  • Elk blauwdrukdenken dient voorkomen te worden. Welke vorm van samenwerking wordt gekozen, wordt vooral lokaal bepaald.
  • Er is keuzevrijheid voor kinderopvang- en onderwijsorganisaties om al dan niet kindcentra te vormen.
  • Behoud het ondernemerschap en stimuleer het innovatieve vermogen van de nieuwe entiteit.

Randvoorwaarden voor vorming kindcentra
Vervolgens formuleert het boek Kindcentra 2020, een realistisch perspectief randvoorwaarden bij de vorming van kindcentra. Daarbij zijn aan de orde:

  • Een kindcentrum kan alleen gevormd worden op basis van de samenwerking van een bestaande organisatie voor primair onderwijs en een bestaande organisatie voor kinderopvang (omwille van de kennis en expertise die van beide werksoorten nodig is en omwille van het tegengaan de vernietiging van maatschappelijk kapitaal).
  • Een kindcentrum kan alleen gevormd worden op basis van een pedagogisch meerjarenplan.
  • Er wordt op een goede manier invulling gegeven aan de betrokkenheid van ouders en medewerkers bij de totstandkoming van kindcentra.
  • De inrichting van een proces dat borgt dat de totstandkoming van kindcentra op lokaal niveau op een evenwichtige manier geschiedt. Daarbij wordt in gegaan op met name de rol die gemeenten in deze transitie zouden kunnen vervullen.

Belang van een transitiestrategie
Terug nu dan naar de stelling dat elk voordeel ook zijn nadeel heeft. Met de opening die de Handreiking geeft is de verwachting dat organisaties sneller zullen overwegen om kindcentra te vormen. Daarin kan echter ook een onevenwichtigheid ontstaan. Gelijkwaardigheid betekent niet automatisch dat partijen ook een gelijke machtspositie hebben. In de praktijk zien we dat het vaker scholen zijn waar kinderopvangorganisaties bij aansluiten dan andersom. Soms zien we zelfs dat scholen zelf kinderopvang beginnen in een aparte stichting terwijl ook hier de beweging andersom minder voorkomt (tenslotte is de kinderopvangsector een marktsector met vrije vestiging terwijl het onderwijs, gelukkig, veel meer is gereguleerd). Dat er geen gelijkwaardigheid is qua machtspositie hoeft niet erg te zijn, mits er op landelijk en lokaal niveau wel beleid is dat de randvoorwaarden, zoals hierboven verwoord, borgt. Het huidige kabinet besteedt in het regeerakkoord geen aandacht aan de ontwikkeling van kindcentra. In de praktijk gaat de vorming van kindcentra echter gewoon door. Dat is mooi! Maar aangezien er landelijk geen stip op de horizon is gezet – kindcentra komen immers niet voor in het regeerakkoord - komen betrokken partijen ook niet te spreken over de voorwaarden waaronder de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang zich kan ontwikkelen. In die zin is het van belang dat het kabinet zich beraadt en alsnog zorgvuldig beleid formuleert als het gaat om de vorming van kindcentra. Het zou nog beter zijn als het kabinet zijn standpunt heroverweegt en het twaalfde advies van de taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang, om tot één organisatie te komen voor onderwijs en kinderopvang, alsnog overneemt en nader uitwerkt.

Lees hier de hele nieuwsbrief als PDF.