Slider

3e3430f6 01c1 498c 8c5c 4986040f90ea

De Handreiking biedt helderheid, onduidelijkheden over de interpretatie van de regelgeving rondom btw-vraagstukken in de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs zijn weggenomen. Met een bestuurlijke fusie kunnen organisaties van kinderopvang en onderwijs de stap zetten naar structurele en duurzame samenwerking. Dat biedt perspectief.

De ministeries van OCW en SZW benaderden, bij de formulering begin 2018 van de kabinetsreactie op de adviezen van de taskforce, partijen uit het veld met de vraag mee te denken over het vraagstuk van de btw bij de vorming van kindcentra. De regiegroep Kindcentra 2020 heeft zich hiervoor actief ingezet, samen met de PO-Raad, de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang en de VNG. Medewerkers van Van Doorne hebben hun expertise aangeboden. Dit leidde tot een constructief overleg tussen betrokkenen, de ministeries van Financiën, SZW, OCW en de Belastingdienst. Het resultaat is een goed leesbare en bruikbare handreiking. Het resultaat is tevens een belangrijke stap vooruit in de mogelijkheden om kindcentra te vormen. De betekenis van de Handreiking zit niet in het feit dat er nieuwe wet- of regelgeving tot stand is gekomen. De betekenis zit vooral in de helderheid die geboden wordt. Er was in de praktijk namelijk onduidelijkheid ontstaan over de interpretatie van de regelgeving rondom btw-vraagstukken in de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Het ministerie van Financiën geeft daarover nu helderheid. Dat is op zichzelf al winst. Bovendien is het verheugend dat die interpretatie helder maakt dat onderwijs- en kinderopvangorganisaties onder voorwaarden zo samen kunnen gaan dat de onderlinge uitwisseling van diensten niet btw-plichtig is. Een aantal samenwerkingsverbanden werkte al op die wijze, maar de vraag was of dat gecontinueerd kon worden. De interpretatie biedt, volgens Kindcentra 2020, een prachtig perspectief voor organisaties die van plan zijn verdergaand te gaan samenwerken.

De Handreiking benoemt concrete samenwerkingsvormen die, binnen de geschetste voorwaarden, in aanmerking komen voor btw-vrijstelling. De juridische implicaties van de Handreiking worden in het artikel van Westerhoff en Streefkerk uitgewerkt, dat u verderop in deze nieuwsbrief aantreft. Hier gaan we in op de vraag wat deze Handreiking voor de praktijk kan betekenen.

Het boek Kindcentra 2020, een realistisch perspectief (2015) beschrijft een kindcentrum als volgt:
“.. integrale voorzieningen voor alle kinderen (en hun ouders) van nul tot en met twaalf jaar. In dit kindcentrum wordt gewerkt volgens één pedagogisch educatieve visie. Kinderen worden in staat gesteld om hun talenten optimaal te ontwikkelen: doorlopende ontwikkelingslijnen, dagarrangementen en kindnabije zorg zijn inherent aan deze voorziening. Organisaties uit kinderopvang, peuterspeelzalen en onderwijs kunnen op gelijkwaardige basis opgaan in deze Kindcentra 2020 en één nieuwe organisatie vormen.”

Impact Handreiking reikt verder dan fiscaal aspect
De Handreiking gaat niet zo ver dat het mogelijk wordt om organisaties van kinderopvang en onderwijs te laten fuseren tot één rechtspersoon (zijnde een juridische fusie in de zin van het Burgerlijk Wetboek). Dat vereist een wettelijk kader en wegneming van belemmeringen in de cao- en pensioenwet- en regelgeving. Wel is het mogelijk tot een ‘bestuurlijke fusie’ te komen. Dat wil zeggen dat (ook vanuit fiscale optiek) geacteerd kan worden als ware er met de bestuurlijke fusie sprake van één organisatie voor onderwijs en kinderopvang. De onderwijsinstelling en kinderopvangorganisatie blijven als twee separate rechtspersonen voortbestaan (deze ‘bestuurlijke fusie is niet te verwarren met een (bestuurlijke) fusie als bedoeld in de onderwijswet). Dit model komt erop neer dat het bestuur alsmede de raden van toezicht van de onderwijsinstelling en de kinderopvangorganisatie een personele unie vormen. Een inmiddels bekende variant hiervan is de zogenaamde 'koepelstichting': de onderwijsinstelling en de kinderopvangorganisatie richten een nieuwe ‘koepelstichting’ op waar vervolgens de onderwijsinstelling en kinderopvangorganisatie onder komen te hangen. Deze eenheid kan een fiscale eenheid voor de btw vormen. De Handreiking biedt hier duidelijkheid over.

Impact op operationeel en strategisch handelen als eenheid
Met deze constructie kunnen organisaties van kinderopvang en onderwijs de stap zetten naar structurele en duurzame samenwerking. Deze samenwerking heeft een groot aantal voordelen zowel op strategisch als op operationeel niveau. Op strategisch niveau wordt
- middels de in de Handreiking uitgewerkte modellen - een situatie gerealiseerd waarbij er eenheid is in de bestuurlijke aansturing, zowel op het niveau van de raad van toezicht als op het niveau van het bestuur van de kinderopvang en het primair onderwijs. Dat impliceert tevens dat er vanuit één visie op ontwikkeling en educatie van kinderen gewerkt kan worden aan de kwaliteit van de gezamenlijke voorziening. Op operationeel niveau betekent dit dat het in de praktijk (vanuit fiscale optiek) eenvoudig mogelijk wordt om op locatie teams met elkaar samen te laten werken, de tijd te nemen om vanuit die samenwerking cultuurverschillen te overwinnen en productief te maken, professionals gezamenlijk de verantwoordelijkheid te laten nemen voor de ontwikkeling van de kinderen en er vanuit één locatieleiding gewerkt kan worden aan de te behalen doelstellingen (zowel ten aanzien van de ontwikkeling van kinderen als ten aanzien van het, vanuit één servicepunt, ontzorgen van ouders of het inrichten van één ondersteuningsorganisatie voor verschillende kindcentra).

Impact op verduurzaming van samenwerking PO-KO
Op dit moment werken veel organisaties van onderwijs en kinderopvang samen. De meeste van deze initiatieven doen dit vanuit de wens een kindcentrum voor kinderen van nul tot en met twaalf jaar te realiseren. In de praktijk gaat de samenwerking vaak niet verder dan ‘losse samenwerkingsvormen’, al dan niet in de vorm van convenanten. In de 'losse samenwerkingsvormen' zijn er minder (robuuste) oplossingen voor handen voor de btw-vraagstukken. Dat kan ‘losse samenwerking’ een stuk duurder maken en werkt belemmerend op verdergaande stappen. Bij het werken in interprofessionele teams komen immers btw-vraagstukken om de hoek kijken. Bijvoorbeeld als één leidinggevende zowel de leerkrachten als de pedagogisch medewerkers aanstuurt. In dat geval moeten die kosten onderling doorbelast worden mét btw-heffing. Of als je samen een stafafdeling inricht om de kindcentra administratief te ondersteunen, moet je dit onderling mét btw doorbelasten. Doordat er in de 'losse samenwerkingsvormen' minder robuuste oplossingen zijn voor de btw-vraagstukken, ontstaat het risico op een mogelijke btw-naheffing, omdat bijvoorbeeld die leidinggevende dan feitelijk een dienst verleent aan hetzij het onderwijs hetzij de kinderopvang. De modellen uit de Handreiking bieden mogelijkheden om zonder btw-heffing mensen over en weer in te zetten.

Daarmee is de grootste winst van de Handreiking dat een belangrijke barrière om tot structurele samenwerking te komen wordt opgeheven. Op veel plekken, waar onderwijs en kindopvang samenwerken doet men dit voor de lange termijn. De samenwerking moet leiden tot een nieuwe kwaliteit van integraal werken, doorgaande leer- en ontwikkellijnen en nieuwe arrangementen. Deze transitie is geen sinecure. Het is een inhoudelijke transformatie van de pedagogisch-didactische praktijk waarbij (meestal) vanuit een bestaande praktijk een nieuwe praktijk moet worden gebouwd. Om de gewenste inhoudelijke transformatie daadwerkelijk te realiseren willen organisaties steviger inzetten op de mogelijkheid vanuit één organisatie, één visie en één leiding te werken. Dat is een complexe bedrijfskundige, procesmatige transformatie die extra investeringen vraagt in mensen, geld en tijd. Investeringen die materieel (bijvoorbeeld in gebouwen) maar vooral ook immaterieel van aard zijn (het opbouwen van nieuwe samenwerkingspraktijken). Die transformatie verhoogt de behoefte om de samenwerking te verdiepen en duurzaam te verankeren. Samenwerking in een personele unie maakt de samenwerking duurzaam. De onduidelijkheid over het kostenverhogende btw-effect was daarbij een van de belangrijkste belemmeringen. Deze belemmering is nu weggenomen. Een fusie is niet het doel van samenwerking. Het doel is de realisatie van een voorziening waar middels interproffesionele co-creatie kinderopvang en onderwijs samen, ook met zorg en welzijn, de beste voorzieningen voor kinderen realiseren. De mogelijkheid van een fusie kan een vliegwiel zijn om deze samenwerking te verdiepen en te bestendigen. De Handreiking biedt helderheid en neemt een belangrijke belemmering weg om een dergelijke structurele samenwerking te realiseren.

Lees hier de hele nieuwsbrief als PDF.